67-72

Oefening 67
Oefening 68
Oefening 69
Peter doet 1 keer per week boodschappen. 
Peter speelt op school altijd in de zandbak. 
Peter vergeet zijn jas aan te trekken. 
Peter vindt een briefje van tien euro. 
Petra is gek op zuurkool. 
Resa woont op kamers. 
Saida zit op school, ze leert Nederlands.
Sam ruimt zijn kamer op. 
Sander houdt niet van voetballen. 
Sarah is blij met haar goede rapport. 
Schiet op, zo kom je nog te laat op je werk.
Schoonmaken doe ik niet voor mijn lol.
Sinaasappels zijn erg lekker?
Snel op je tenen getrapt zijn.
Sommige leerlingen wonen buiten de stad.
Sommige mannen scheren zich nooit.
Sommige mensen keuren dat gedrag niet goed. 
Soms kan je beter zwijgen dan praten. 
Soms was de sloot te vuil, dus konden we niet zwemmen..
Sorry ik kan niet op dinsdag.
Spreken is zilver en zwijgen is goud. 
Spruitjes vind ik niet lekker.
Tante Truus komt morgen, ze is erg aardig.
Tien tegen 1 dat we winnen. 
Toch is mijn tas soms aardig vol. 
Tot morgen, half 10.
Tot nu toe heb je niets fout. 
Tot ziens!
Twee is teveel.
U gaat bij de volgende stoplichten linksaf.

Oefening 70
Oefening 71
Oefening 72
U heeft te hard gereden.
U krijgt over een paar dagen bericht. 
U moet doorlopen tot aan het stoplicht. 
U moet hier wachten.
Uit de rivier kon je geen water drinken.
Uit het zicht, uit het hart.
Uit welk land komt u?
Utrecht heeft ook een dichte bevolking.
Uw bankpas sturen wij via de post. 
Van al mijn vrienden is John de aardigste.
Van harte beterschap!
Vandaag heb ik anderhalve kilo paprika gekocht. 
Vandaag is het een mooie dag.
Vandaag is het zo warm dat de mussen van het dak vallen.
Veel mensen vluchten voor oorlogsgeweld. 
Vind je het goed als ik even je fiets leen?
Vind jij dat ook niet vervelend?
Vind jij die jongens ook niet lastig?
Volgende keer beter.
Volgende keer nemen we een paraplu mee.
Volgende week gaan we met vakantie.
Volgens mij heeft hij een oogje op je. 
Volgens mij is ze gescheiden.
Volgens mij moeten we die kant op..
Voor al die dingen kunnen we op het postkantoor terecht.
Voor je vriend moet je opkomen. 
Voorin de school is de kamer van de directeur. 
Vorig jaar zijn we naar Marokko gevlogen.
Waar denk je aan?
Waar een wil is, is een weg.