13-18

Oefening 13
Oefening 14
Oefening 15
De treinen rijden naar die steden. 
De tuinman graaft een kuil voor een nieuwe boom. 
De tuinman heeft de planten verplaatst. 
De vakantie is achter de rug.
De verjaardag van Niels wordt altijd gevierd. 
De vogel blijft op een hoge tak zitten.
De vogel is naar het zuiden gevlogen.
De vogel vliegt door de lucht. 
De volgende keer beginnen we hier.
De volgende keer betaal ik.
De vrouw ruilt haar jurk in voor een andere.
De zanger mag met een orkest optreden. 
De zon is te laat ondergegaan.
Denk je aan je huiswerk?
Deze broek staat me niet.
Deze familie heeft twee huizen gerenoveerd.
Deze korte broek past niet.
Deze melk is niet goed meer.
Deze rechthoek is vier bij vijf centimeter
Deze straat komt uit op het stationsplein.
Die jongen is erg handig met naald en draad. 
Die jongens hebben ons bestolen. 
Die opmerking viel helemaal verkeerd.
Die school is erg groot
Die vertrekt elk half uur vanuit Rotterdam. 
Die vind ik in de supermarkt veel te duur. 
Dieren vechten vaak met elkaar. 
Dit boek bestaat uit drie delen
Dit boek gaat over de geschiedenis van Amerika.
Dit is twee euro teveel.

Oefening 16
Oefening 17
Oefening 18
Dit zijn eieren van onze kippen. 
Doe je het licht uit als je weggaat?
Doe jij de deur op slot als je straks vertrekt?
Door de harde regen zijn veel planten beschadigd.
Door deze straat kom je bij het station. 
Een ander huis zoeken is voor later zorg. 
Een auto rijdt een man aan. 
Een bromfiets rijdt snel maar een motor rijdt sneller. 
Een citroen is zuurder dan een sinaasappel.
Een goed begin is het halve werk.
Een jaar geleden waren er meer bomen en planten in het bos.
Een papegaai houdt van nazeggen. 
Een zoon woont nog bij ons thuis.
Eens even op de klok kijken. 
Eerlijk duurt het langst.
Eigenlijk doe ik dat liever niet.
Elk huisje heeft zijn kruisje.
Elke plaats is makkelijk te bereiken. 
Els doet de tuin voor haar plezier. 
Er komt nog vijftien euro kosten bij.
Er loopt een fluitende jongen in de gang. 
Er wonen veel mensen in mijn land. 
Er zijn hier drie of vier opleidingen.
Fred moet deze week de boodschappen betalen
Ga je mee 
Ga je mee naar buiten?
Ga je morgen mee naar het strand, het wordt lekker weer.
Ga op je hurken zitten. 
Geen rozen zonder doornen.
Gelukkig heb ik mijn portemonnee nog gevonden