Tekst 1

Lees eerst de vragen. Zoek bij de vraag het goede antwoord in de tekst. Lees altijd eerst de vraag. Zoek bij elke vraag het goede antwoord. 



Het regent vaak in Nederland. In de zomer, in de winter, in de lente en in de herfst. Maar ik heb een mooie paraplu. Soms loop ik met mijn vriend in de regen. Mijn paraplu is groot en sterk en mijn vriend is ook groot en sterk. Wij lopen samen in de regen onder één paraplu. Wij worden niet nat. Wij blijven lekker droog. Met onze paraplu is de regen geen probleem, maar leuk en romantisch!


1) Met wie loop ik soms door de regen?

a. Met één paraplu.
b. Met mijn vriend.
c. Met de regen.


2) Hoeveel mensen lopen onder mijn paraplu?

a. één.
b. twee.
c. geen.

<<                                                                                  >>