Tekst 1

In een museum kun je speciale dingen zien. Schilderijen bijvoorbeeld. Nederland heeft beroemde schilders. Iedereen kent Van Gogh en Rembrandt. Rembrandt leefde vierhonderd jaar geleden. Van Gogh leefde 150 jaar geleden. De schilders zijn nu dood. Maar hun schilderijen hangen in een museum. Mensen uit de hele wereld komen naar Amsterdam. Zij komen om te kijken naar de schilderijen van Van Gogh en van Rembrandt.

Lees altijd eerst de vraag. Zoek bij elke vraag het goede antwoord.


1) Wat weet je van Rembrandt en Van Gogh?

a. Ze zijn dood.

b. Zij schilderen in een museum.

c. Zij komen naar Amsterdam.


2) Hoeveel jaar geleden leefde Rembrandt?

a. 400 jaar geleden.

b. 150 jaar geleden.

c. In Amsterdam.